Knieklachten

knie1

De knie bestaat uit drie beenderen: het dijbeen of femur, het onderbeen of tibia en de knieschijf of patella. De knieschijf is een apart botstuk dat binnenin een pees ligt en die de grote dijbeenspieren (quadriceps) aan de voorzijde van het been verbindt met het onderbeen. Het vormt ook een verbinding tussen de pees van de quadriceps (bovenaan) en de patellapees (onderaan). De knieschijf dient als een soort hefboom op het moment dat de quadriceps aanspant en het been gaat strekken, hierdoor wordt de kracht van de dijbeenspieren vergroot.

knie2

Alle beenderige componenten van boven en onderbeen en knieschijf zijn met een dikke, gladde laag kraakbeen bedekt, het is een elastische, rubberachtige structuur die als shockbreker fungeert in de gewrichten. Dit zorgt ervoor dat al deze structuren normaal gezien zacht en vlot over elkaar kunnen bewegen. De knieschijf zelf beweegt zich in een soort spoor  in het bovenbeen, de trochlea genoemd. Dit is een soort bedding in kraakbeen die gevormd is vooraan het bovenbeen. De knieschijf wordt in zijn bewegingen verder ook gecontroleerd door twee andere spieren, één aan elke zijde: de vastus medialis en de vastus lateralis. Zij besturen de patella zoals een paard door de teugels bestuurd wordt. Vier gewrichtsbanden, stevige weefselstructuren die van bot tot bot verlopen, liggen rond de knie en geven een stabiliteit aan het gewricht, ze verhinderen dat extreme bewegingen of abnormale bewegingen van de beenderen ten opzichte van elkaar gemaakt worden. Stevige pezen hechten aan op deze botstructuren, ze vormen de verbinding tussen de spieren en het bot. Deze dikke, koordachtige weefselstructuren zorgen ervoor dat we de beenderen en gewrichten kunnen bewegen.

 

Voorste kruisband en achterste kruisband

De voorste kruisband ligt centraal in de knie en komt van de achterzijde van het bovenbeen naar de voorzijde van het onderbeen. De voornaamste functie van deze band is het verhinderen dat de knie naar voor schiet, voornamelijk bij rotatie of draaibewegingen va het gewricht. Bij het volledig strekken van de knie is de band ook aangespannen, het overstrekken van de knie kan dus ook een scheur van de voorste kruisband veroorzaken. De achterste kruiband is het voorste kruisband evenbeeld. Omdat de voorste kruisband en de achterste kruisband diagonaal lopen (dus niet paralel) ‘’kruisen’’ ze elkaar. De voornaamste functie van de achterste kruisband is het voorkomen dat het onderbeen ten op dichte van het bovenbeen van achteren toe schiet. Hij zorgt dus voor stabiliteit in de knie, net zoals de voorstekruisband doet.

knie3

Kapsel (synovia)

Het kapsel van de knie is een dun vlies (synovia) dat als een soort ballon rond de beenderen van de knie ligt, het is gevuld met een kleine hoeveelheid visceuze (dikke) vloeistof; gewrichtsvocht. Net zoals er extra plooitus zijn aan de schouders en de mouwen van uw kleren zijn er in de knie in het kapsel ook extra plooitus die een onbeperkte beweeglijkheid van de knie toestaan. Er kunnen vier plica synovialis gevonden worden in de knie, maar er is er één die bijna altijd verantwoordelijk is voor de klachten: de mediale plica. Deze plica verloopt aan de binnenzijde van de knie, van ongeveer de onderzijde van de knieschijf naar de binnenzijde van het dijbeen toe. In de meeste gevallen, 50 tot 70 % van de mensen hebben deze plica, veroorzaakt deze geen last.

knie4

Meniscusklachten

knie5

De meniscus is een C- vormige, afgeplatte, kraakbeenstructuur die zich tussen boven en onderbeen bevindt. Er zijn twee meniscussen in de knie: één aan de binnenzijde (mediale meniscus) en één aan de buitenzijde (laterale meniscus) van de knie. De meniscussen functioneren als een zeer belangrijke schokbreker en zijn gemaakt van een speciaal soort kraakbeen, fibrocartilago genoemd. Ze vangen de grote krachten op die op de knie inwerken en verminderen de wrijving tussen het boven en onderbeen. Ze beschermen het kraakbeen in de knie, hierdoor wordt de snelle slijtage van het kniegewricht tegengegaan. Tevens zijn ze belangrijk voor de stabiliteit van het kniegewricht. Een groot percentage van ons gewicht en de bijhorende krachten die ontstaan bij stappen, lopen en springen wordt door de meniscussen opgevangen. Bijkomend zorgen ze voor de stabiliteit van de knie: door de vorm zorgt de meniscus voor een betere aanpassing van de vorm van het bovenbeen dat afgerond is, met de vorm van het onderbeen dat vlak is. Verder heeft de meniscus een rol in de voeding van het kraakbeen dat de gewrichtsoppervlakken bedekt.

Door de bouw en functie is het kniegewricht een zeer kwetsbaar gewricht. Door veel factoren kan het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid van de knie verstoord worden. Als de belasting hoger wordt dan de belastbaarheid ontstaan er klachten. De belastbaarheid kan tijdelijk verlaagd zijn t.g.v. een trauma. Veel voorkomende traumata is meniscusletsel.

 

Oorzaken en risicofactoren

De volgende factoren vormen een risico voor het ontstaan van knieaandoeningen:

  • Regelmatig geknield of gehurkt werken.
  • Regelmatig traplopen.
  • Springen van verhogingen.
  • Veelvuldig optredende mechanische drukbelasting op het kniegewricht.
  • Tillen.

Beroepen waarbij deze risicofactoren veel voorkomen zijn onder meer:

  • tegelzetter;
  • straatmaker;
  • loodgieter;
  • vloerenlegger.

 

Behandeling

Het belangrijkste is dat het balans tussen belasting en belastbaarheid weer wordt hersteld. Dit kan op verschillende manieren. Er moet dus worden gekeken naar de aanleiding van het letsel. Om de klachten niet te laten toe nemen moet de belasting in ieder geval omlaag. Maatregelen zijn fietsen met een licht verzet, zeker tegen de wind in, maar ook bij wegrijden. Probeer uw fietszadel zo hoog mogelijk te zetten zodat de buiging van de knie klein blijft. Let erop dat u zo min mogelijk trap loopt. Ook zult u trainingsarbeid en sportactiviteit moeten aanpassen. Ga na of uw schoenen nog goed zijn, vooral bij het hardlopen in een later stadium. Als u lang moet zitten, buig dan de knieën niet te ver en te veel. Probeer niet te lang in een houding te blijven zitten en af en toe de benen te strekken. De fysiotherapeut kan u helpen bij uw herstel.

Voor meer uitgebreide informatie verwijzen wij u naar www.orthopedie.nl

 

Knieprothese: total knee

knie6

Het kniegewricht bestaat uit het dijbeen (femur), het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patella), Alle oppervlakken van deze beenderen zijn met een laag kraakbeen bedekt die ervoor zorgt dat het gewricht soepel beweegt. De meniscus vangt schokken van het lijf op tijdens het bewegen. De botstructuren worden door gewrichtsbanden met elkaar verbonden. Het kraanbeen wordt onder andere door het verouderingsproces steeds dunner. Daardoor gaat het bot (dijbeen en scheenbeen) slijten of beschadigen. Dat maakt dat het gewricht steeds minder soepel wordt en pijn kan gaan doen. Een knieprothese kan deze klachten mogelijk verhelpen.

Total knee: knieprothese

Bij een knieprothese worden de versleten uiteinden van het dijbeen en scheenbeen vervangen door metalen prothesedelen. Deze twee metalen componenten worden door botcement aan het bot bevestigd, met daartussen een dikke laag duurzaam plastiek dat in dikte aangepast kan worden. Zo werken specialisten toe naar een zo perfect mogelijke stabiliteit en beweeglijkheid van de knie.

 

Symptomen

Bij een beschadigde of versleten knie treedt pijn meestal op bij (trap)lopen en lang staan. Ook startpijn komt voor. Fietsen levert doorgaans de minste klachten op. In een gevorderd stadium treedt verstijving op; er ontstaat een bewegings-beperking waardoor strekking van de knie onmogelijk wordt. Ook kan zich een X- of O-beenstand ontwikkelen, waarbij de knie in toenemende mate moe en instabiel aanvoelt. De ernst van de aandoening wordt vastgesteld door lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s en eventueel met een kijkoperatie. Bij de beslissing om een knieprothese te plaatsen is het oordeel van de patiënt doorslaggevend. Die ervaart immers de last. De patiënt moet uiteindelijk zelf bepalen of hij of zij toe is aan de operatie.

 

Oorzaken

Er zijn verschillende afwijkingen die slijtage van het kniegewricht kunnen veroorzaken, zoals kraakbeen- en stofwisselingsziekten en kraakbeenbeschadiging door een fractuur. Wanneer in het verleden de meniscus verwijderd is, is er een verhoogde kans op slijtage. Meestal is de oorzaak echter onduidelijk. Reumapatiënten hebben vaak knieproblemen omdat reuma het kraakbeen aantast. Het kniegewricht kan zo ernstig beschadigd zijn, dat vervanging door een knieprothese noodzakelijk is.

 

Revalidatie na de operatie

De eerste dagen na de operatie is het belangrijk te herstellen van de ingreep. Een paar uur na de ingreep mag u wel beginnen met het bewegen van de knie, zonder dat u zelf actief mee doet. Dat kan bijvoorbeeld met een knietech. Na ongeveer drie dagen (dit verschilt per ziekenhuis) wordt gestart met fysiotherapie. De fysiotherapeut start met spieroefeningen en met het leren stappen tussen twee baren in een brug. Daarna wordt u aangeleerd om te lopen met een looprek of met krukken.

 

Fysiotherapeutische behandeling

Na ontslag uit het ziekenhuis is het belangrijk om verder te revalideren onder begeleiding van een fysiotherapeut. Deze richt zich op:

  • Vergroten/ herstellen van de afgenomen spierkracht.
  • Onderhouden/ vergroten van de bewegelijkheid van de knie.
  • Vergroten van de mogelijk afgenomen conditie.
  • Oefenen van de dagelijkse activiteiten en het eventueel uitbreiden daarvan.

De fysiotherapeutische behandeling stopt als u de activiteiten van het dagelijks leven weer zelfstandig en pijnvrij kunt uitvoeren.

 

Voorste kruisbandletsel

knie7

Letsel van de voorste kruisband is een van de meest voorkomende bandletsels.

Er zijn twee kruisbanden; een voorste en een achterste. De kruisbanden zijn aan de buitenkant van de knie niet zichtbaar of voelbaar. Ze bevinden zich binnen in de knie, en hebben een kruislings verloop, waarbij de voorste kruisband vóór de achterste kruisband langs gaat. De richting is voor de voorste kruisband, van de buitenzijde boven naar de voorzijde onder, en voor de achterste kruisband van de binnenzijde, van boven naar de onder (zie de figuren).

knie8

De kruisbanden spelen een belangrijke rol bij de stabiliteit van de knie. De voorste kruisband remt de beweging naar voren van het dijbeen ten opzichte van het scheenbeen, terwijl de achterste kruisband de beweging naar achteren van het dijbeen remt ten opzichte van het scheenbeen. Uit het verloop van de kruisbanden blijkt ook dat bij het naar binnen draaien van de voet en het onderbeen de kruisbanden als het ware om elkaar heen draaien en de stabiliteit van het gewricht zo vergroot wordt. Bij volledige (over)strekking van de knie worden de kruisbanden sterk opgerekt.

 

Voorste kruisbandletsel

Letsels van de voorste kruisband kunnen we onderverdelen in non-contactletsels en contactletsels.

Non-contactletsels komen veel meer voor dan contactletsels en ontstaat vaak bij sporten waar het bewegingspatroon zich kenmerkt door veel kap-en-draaibewegingen, sterke deceleratie, veel draaimomenten/sprongen en landingen en bewegingen waarbij de knie sterk gestrekt c.q. overstrekt wordt. Bij sommige sporten zien we een combinatie van deze factoren.

Kruisbandletsels zijn scheuringen van de kruisband. Dit geeft een vergroting van de beweeglijkheid in de richting die normaal geremd wordt. Kruisbandletsel heeft bijna altijd ook meniscusletsel en soms letsel van het kniekapsel tot gevolg. Kruisbandletsels komen veelvuldig voor bij sporten zoals basketball, volleybal, voetbal, gymnastiek (toestellen), skiën en vechtsporten.

 

Oorzaken

Hoewel de literatuur nog geen volledige eenduidigheid geeft, lijken er vier groepen van oorzaken te zijn:

  • Hormonaal: er lijken aanwijzingen dat o.a. het hormoon oestrogeen bij het ontstaan van het letsel een rol speelt. Oestrogeen heeft invloed op, en vertraagt de opbouw van de banden. Verder zijn er aanwijzingen dat het oestrogeen een negatieve invloed heeft op de (fijne) motoriek, wat een vermindering van de coördinatie tot gevolg zou hebben.
  • Anatomisch: de bouw van het kniegewricht, de “rekbaarheid” (laxiteit) van banden en spieren, het niet optimaal uitgelijnd zijn van boven- en onderbeen.
  • Omgevingsfactoren: stijl van het spel (hoe sportiever/agressiever/harder/sneller, hoe hoger de kans op letsels), de relatie tussen schoen en speloppervlak en oneffenheid van speelvelden.
  • Neuromusculair: de trainingsgesteldheid en de coördinatie (de mate van getraindheid).

De balans tussen de quadriceps (de dijbeenspier aan de voorzijde) en de hamstrings (de bovenbeenspieren aan de achterzijde) is van groot belang. De hamstrings beschermen de voorste kruisband, terwijl de quadriceps deze juist extra belast. Een goede balans tussen deze twee spiergroepen is cruciaal voor een goede functionele knie stabiliteit.

 

Symptomen

De symptomen die optreden bij een letsel van de voorste kruisband kunnen per persoon sterk verschillen. Over het algemeen is sprake van de volgende symptomen:

  • Plotselinge pijn.
  • Een gevoel van instabiliteit, het erdoorheen zakken.
  • Een gevoel van een knap in de knie.
  • Zwelling, direct of binnen 12 uur.
  • Soms het ‘op slot zitten’van de knie.
  • Volledig buigen en/of strekken van de knie is niet mogelijk of is zeer pijnlijk.

 

Wat u kunt doen bij kruisbandletsel

Direct na het optreden van kruisbandletsel is het belangrijk om:

  • Te koelen met ijs in een doek.
  • Een drukverband aan te leggen.
  • Het aangedane been hoog te leggen.

Verder is het van groot belang om niet zelf iets te proberen, maar goede deskundige hulp in te roepen en indien nodig de spoedpoli van een ziekenhuis te raadplegen. Nadat de acute fase voorbij is, is behandeling afhankelijk van de beschadiging. Bij een kruisbandletsel zal dat vaak uitdraaien op een operatieve ingreep.

 

Behandeling

Operatieve behandeling

Operatieve behandeling kan uit verschillende vormen bestaan, van het weer vasthechten van een losgescheurde pees tot het reconstrueren van een nieuwe kruisband, met behulp van een andere, in de buurt lopende, eigen pees, of het inbrengen van een prothese, een kunststof kruisband. Na de operatie moet er een intensief revalidatie/oefen- en trainingstraject afgelegd worden, vergelijkbaar met het traject bij een niet-operatieve behandeling.

 

Fysiotherapeutische behandeling

Fysiotherapeutische behandeling is belangrijk omdat het de kans op herhaling van het letsel verlaagt. De behandeling zonder operatieve ingreep houdt een intensief programma in van (sport)fysiotherapeutische training en medische fitness. Naast de spierbalans tussen de spieren aan de voor- en achterzijde van het bovenbeen, is een goede strekking van de knie ook belangrijk bij het herstel van de knie. De fysiotherapeut zet daartoe ‘klassieke’ fysiotherapie in en oefentherapie, die zo veel mogelijk zelf uitgevoerd wordt en sportspecifiek is.

 

Wat u kunt doen om kruisbandletsel te voorkomen

  • Draag een brace. Tenzij het gaat om een brace die is voorgeschreven door een medisch specialist, zijn braces voor de knie absoluut af te raden! Het kniegewricht is dusdanig complex, dat een brace nooit een optimale ondersteuning kan geven zonder daarbij andere delen van de knie over te belasten, met alle risico’s van dien.
  • Train beide spiergroepen. De balans tussen de spiergroepen aan de voorzijde en de achterzijde van het bovenbeen (quadriceps en hamstrings) is erg belangrijk. Preventieve training richt zich daarom op die balans, bijvoorbeeld middels coördinatietraining.